Musiciens Chrétiens
Caecilia: De Heilige Cecilia, feestdag 22 november.
(samenvatting van verschillende documenten)
Reeds meer dan duizend jaar is Cecilia een van de meest vereerde martelaren uit de eerste eeuwen van de kerk.
Het enige in haar verhaal wat historisch te bewijzen is, is het feit dat ze een Kerk stichtte, dat ze begraven werd in de catacomben van St. Callixte en de context en het bestaan van een zekere Valeriaan en een zekere Tubercius. Nochtans zullen verschillende elementen uit haar verhaal gebaseerd zijn op ware feiten.
Het verhaal van de H. Cecilia, niet zonder schoonheid en deugd, is gedeeltelijk opgebouwd uit legenden. De liefde van Cecilia en Valeriaan is bekend sinds de Passie van St. Cecilia, geschreven in 535. In deze eeuw werden vele stichters van kerken en martelaren heilig verklaard. De eerste vermelding van Cecilia in de Kerkelijke canon voor de misviering dateert uit 496.
Cecilia werd geboren in een patricische familie in Rome en opgevoed als Christen. Ze bezat alle gaven van gratie, schoonheid en onschuld die een jong meisje kan hebben. Ze was rijk en onderlegd en hield van kunst en muziek. Reeds heel jong wijdde ze haar leven aan God toe en deed een gelofte van maagdelijkheid.
Ze droeg een hemd van paardenhaar onder haar kleren, vastte en gaf zichzelf aan God.
Tegen haar wil werd ze door haar vader uitgehuwelijkt aan de jonge heidense patriciër Valeriaan. Terwijl iedereen op haar bruiloft zong en danste, zat zij apart om God om hulp te vragen in die moeilijke situatie, in haar hart zingend en psalmen reciterend. Deze situatie maakte van Cecilia de beschermheilige van de muziek. Valeriaan, een opmerkelijke man, was gekend voor zijn groot begrip.
Op de avond van de bruiloft, toen de jonggehuwden elkaar in hun kamer terugvonden, zei Cecilia aan haar man;
-Ik ga je een geheim vertellen en je moet zweren het aan niemand te vertellen. Er is een engel die over mij waakt. Als je mij aanraakt ivm. de huwelijksdaad zal hij zich kwaad maken en zal jij lijden. Als je echter mijn beslissing respecteert, zal hij je liefhebben zoals hij ook mij liefheeft.
Valeriaan antwoordde;
-Toon mij die engel.
Ze zei tegen hem;
-Als je in God gelooft, en je laat dopen, zal je hem zien.
Valeriaan accepteerde Cecilia als bruid en beloofde haar belofte te respecteren zonder de huwelijksrechten op te eisen.
Hij bleef echter onder de indruk van de piëteit en gratie van zijn vrouw en met behulp van paus St. Urbanus slaagde Cecilia erin haar man te bekeren tot het Christendom en hem te laten dopen.
Bij zijn thuiskomst vond hij zijn echtgenote al biddend met een engel met vlammende vleugels naast haar. De engel kroonde Cecilia met rozen en Valeriaan met lelies en zei tot hen:
"Ontvang deze kronen, ze zijn een teken uit de hemel. Nooit zullen ze verdrogen of hun parfum verliezen. En jij Valeriaan, vraag mij wat je wilt." Valeriaan vroeg de bekering van zijn broer Tiburcius en zijn wens werd aanvaard. Toen Tiburcius het huis binnenkwam werd hij gegrepen door de geur van de onzichtbare bloemen en liet zich na een tijdje overtuigen zijn valse goden te verlaten. Ook hij werd gedoopt door paus Urbanus.
Van dat moment af aan wijdden de jongemannen zich toe aan goede werken. Ze werden gearresteerd door hun ijver in het begraven van de lichamen van gemartelde christenen. De prefect Almachius wilde hen vrijlaten als ze voor de goden zouden offeren maar ze weigerden. Toen de prefect hun een tweede kans wou geven, waarschuwde men hem dat de jongemannen van het uitstel gebruik zouden maken om al hun bezittingen weg te geven zodat ze niet in beslag zouden kunnen worden genomen. Ze werden in Pagus Triopus onthoofd, vier mijl van Rome samen met Maximus, een officier die zich plotseling bekeerde bij het zien van de martelaren.
Cecilia begroef de drie mannen met levensgevaar in de catacomben van St. Praetextatus op de via Appia en gebruikte haar huis om de Blijde Boodschap te verkondigen. Steeds meer mensen werden door haar bekeerd. Toen de paus op een dag bij haar kwam, doopte hij meer dan 400 mensen.
Haar daad werd echter ontdekt en ze werd voor de prefect gebracht. Men liet haar de keuze haar geloof te ontkennen of te sterven. Zij bekeerde echter diegenen die naar haar gezonden waren om haar te laten offeren tot de goden
Men zag van een publieke terechtstelling af door haar grote populariteit bij de armen en ze werd ter dood veroordeeld door verstikking in de badkamer van haar huis op Trastevere. Het vuur werd 7 keer harder opgestookt dan normaal maar de stoom en hitte deerde haar niet. Toen ze na een dag en een nacht buiten kennis geraakte, werd een soldaat gezonden om haar te onthoofden. De soldaat verloor de moed bij het zien van de heilige en liet haar na de officiële drie slagen bloedend achter. Ze leefde nog drie dagen, met christenen aan haar zijde en maakte haar huis officieel over aan Urbanus en haar bezittingen aan de armen. Ze zou gestorven zijn op 22 november 230.
Ze werd naast de pauselijke crypte in de catacomben van St. Callixtus begraven in de houding waarin ze stierf.
In 822 vond paus Pascal I haar graf en liet haar intacte lichaam overbrengen onder het hoofdaltaar van de Trastevere-kerk die later "Titulus Sanctae Caecilia" werd genoemd, wat betekend "de kerk gesticht door een vrouw Cecilia genaamd."
Toen in 1599 Kardinaal Paul Emilius Sfondrati bij de renovatie van de kerk haar graf opende, vond hij haar lichaam ongeschonden. Na 800 was ze ongelooflijk goed bewaard. Op haar rechterkant gelegen met het gezicht naar de grond, lag ze precies slapende. Haar nek droeg nog de sporen van de zwaardslagen. Zelf het groen en goud van haar kleed schenen niet te zijn aangetast door de tijd.
Duizenden hadden het privilege haar te mogen zien en gedurende 4 tot 5 weken werd ze tot verering tentoongesteld. Veel wonderen gebeurden.
Het lichaam verging echter snel tot stof na contact met zuurstof.
Onder het hoogaltaar in de St. Cecilia kerk is een mooi marmeren beeld van Maderna dat de martelares badend in het bloed na de zwaardslagen voorstelt. Een replica van dit beeld ligt ook op de eerste rustplaats van de heilige in de catacomben van St. Callixtus. Ook andere kunstenaars kregen toestemming afbeeldingen van de heilige te maken na de opening van het graf.
Tot de middeleeuwen was Paus Gregorius de patroonheilige van muziek en muzikanten, maar toen in 1584 de Romeinse Academie voor Muziek werd opgericht, werd ze onder de bescherming geplaatst van de H. Cecilia. Zo werd ze beschermheilige van de muzikanten.
"Afbeeldingen"
Met instrumenten
De H. Cecilia die naast een draagbaar orgeltje staat, speelt er later ook op. Ze beheerst ook alle variëteiten en speelt even gemakkelijk klavecimbel, spinet, virginaal en zelf klavechord op een schilderij van P. Rubens.
Soms zingt ze enkel en soms begeleidt ze zichzelf. Schilders zullen haar afbeelden al spelende op een theorbe, luit en een heel scala harpen. Aan de piano ontsnapt ze, maar Mr. de Mirimonde meldt dat men tot 1900 moet wachten om haar met een mandoline te zien. Ze is ook heel vaardig in het bespelen van allerlei strijkinstrumenten, van de viola (XVIe eeuw) tot de viool.
Deze afbeeldingen zeggen ons veel over de populariteitsgraad van deze instrumenten, daar ze waardig werden gevonden bespeeld te worden door een heilige. Dat kon ook van streek tot streek afhangen. In Frankrijk werd de viool als dansinstrument geminacht, terwijl de techniek en literatuur in Italië later in heel Europa zullen overgenomen worden. Maar het is het orgel dat het meeste belang krijgt en hiervoor zijn verschillende muzikale redenen.
De afbeelding dient om te edifiëren, en het gebruik van het orgel symboliseert een muziek die het geloof moet verdiepen. Als Cecilia orgel speelt, is deze muziek een brug tussenhemel en aarde, tussen het aardse en het hemelse. Ze wordt overigens ook vaak geassocieerd met citaties uit psalm 150: "Laudate Dominum in cithara et tympano; laudate eum in chordis et organo…"
In de XVIe eeuw wordt het gebruik van muziekinstrumenten in de religieuze muziek steeds meer bekritiseerd, oa. door Erasmus. Ook het orgel ontsnapt hier niet aan.
Als Cecilia in deze religieuze tendens met haar orgel wordt afgebeeld, toont ze de instrumentale, aardse muziek als tegenpool van de hemelse muziek van de engelenkoren. Ze wordt afgebeeld met een gekanteld orgel waarvan de pijpen loskomen en verschillende instrumenten vertrappend (vooral blazers en slagwerk). Ze verzaakt aan de instrumentale muziek en zingt enkel nog.
In de barok wordt ze graag afgebeeld met weggedraaide ogen, in extatische houdingen.
"Patroonheilige van de muzikanten"
De passage waarmee het allemaal begonnen is:
"venit dies in quo thalamus collocatus est et, cantatibus organis, Caecilia in corde suo soli Domino decantabat dicens: Fiat cor meum et corpus meum immaculatum ut non confondar… "
Omdat er in deze antifonen van de lauden op haar feestdag "cantantibus organis" staat, waarbij verwarring ontstond, wordt Cecilia sinds de 16e eeuw spelende op een orgel afgebeeld, en is zij de patroonheilige van de kerkmuziek en van de muzikanten. Die woorden betekenen echter dat ze in haar hart muziek maakte voor God op haar huwelijk met Valeriaan, niet dat ze op haar eigen huwelijk zelf orgel speelde. Het beeld is nog vreemder gezien ze niet zou gespeeld hebben op een pijporgel zoals dat nu bestaat maar op een instrument verwant aan een calliope, wat de eerste Christenen met het Romeinse circus en de spelen zouden hebben geassocieerd. Bovendien betekent organis niet orgel, maar wel "de instrumenten".
Zo komt het dat Cecilia door een verkeerd geïnterpreteerde tekst plots muzikant werd.
De verering van St. Cecilia mag ons ook niet de allegorie van de muziek doen vergeten die de antieke denkwijze herneemt waarbij de aardse muziek een echo moet zijn van de hemelse harmonieën. Die allegorie had een personificatie: Musica en haar attribuut… het orgel! Het verschil tussen beiden werd niet altijd gemaakt en zo zal Cecilia Musica doen vergeten. Zo wordt het orgel pas vanaf de XVIe eeuw een nieuw embleem voor haar en wordt het daarom op een tweede plaats gezet.
Men kan haar beter herkennen aan:
-rozen.
-Een palm in haar hand
-terwijl ze haar echtgenoot Valeriaan bekeert
-Doorboord door een zwaard
-Met de H. Valeriaan, gekroond door de engel.
dan aan een muziekinstrument.
Afbeeldingen zonder muziekinstrumenten kan men vinden in
St. Apollinare Nuovo in Ravenna (6e eeuw)
Romaanse fresco's in de catacomben van Callixtus.
In Santa Maria Antique (Farmer)
Nadat ze door Raphaël werd afgebeeld als organist, werd ze een geliefkoosd onderwerp voor glas in loodramen in het koor. (Appleton).
De conclusie is dus dat, of we nu bij Cecilia of welke andere bewoner van de hemel ook "Musica" of "de eeuwige geliefde" evoceren, dit ons er niet mag van weerhouden op 22 november te zingen, wel wetende dat als Cecilia geen muzikant was, ze het met de tijd wel zal zijn geworden!
Bibliografie:
"Saint Cecilia"
" La double et très longue vie de Ste Cécile musicienne. "
" La légende de Ste Cécile "
Gelieve ons te verontschuldigen voor foutjes die in de vertaling kunnen zijn geslopen.
Musiciens Chrétiens
